dinsdag 28 oktober 2008

Indonesische ergernissen...

Normaal gesproken schrijf ik iets over alle leuke dingen die ik heb meegemaakt, maar nu is het tijd om ook even wat aandacht aan de (voor mij) kleine ergernissen in het mooie Indonesië te besteden. Daar gaan we dan:
1. Het tempo van de gemiddelde Indonesiër ligt niet zo heel erg hoog. Ze hebben zelden haast. Iedereen sloft een beetje rond en overal hoor je het pelan pelan (rustig aan). Dacht eerst dat het aan mijn mega lange benen lag (althans mega lang voor hier dan), dat ik altijd iedereen inhaal op straat, maar nee ze nemen gewoon de tijd en laten zich niet opjagen door wie of wat ook en ze zorgen er in ieder geval voor dat ze dus niet gaan zweten van de zojuist geleverde inspanning.
Maar je begrijpt dat dat rustige en langzame leventje voor mij natuurlijk wel een beetje lastig is. Net als ik even snel boodschappen wil doen, hang ik vast achter een grote Indonesische familie die net vandaag het maandelijkse uitje naar de supermarkt maakt en dus totaal geen haast heeft. De mevrouw achter de “tourist information office”, maakt eerst uitgebreid haar privé telefoongesprek af en loopt daarna rustig eerst nog even naar achter om iets met haar collega te bespreken. De rij achter mij groeit maar daar heeft ze geen boodschap aan, wederom pelan pelan.
2. Je romantische diner voor twee wordt nooit tegelijk geserveerd en het verschil tussen een voor- en een hoofdgerecht is ook nog niet helemaal duidelijk. Dineren duurt op deze manier wel iets langer en dat is maar goed ook want voor een viergangendiner staat hier misschien net iets meer dan een uur. Hoewel ze dus eigenlijk nooit haast hebben, eten ze hier in max tien minuten. Ze proppen het echt letterlijk naar binnen. Eten is een soort moetje en heeft echt niets met gezelligheid te maken. Wat dat betreft vinden ze ons ‘westerlingen’ behoorlijk vreemd.
3. Iedereen bemoeit zich overal mee. Je zou het behulpzaam kunnen noemen en dat is het ook wel een beetje, maar Indonesiërs zijn zo nieuwsgierig dat ze het gewoon niet kunnen laten elk gesprek te volgen. Dus sta je te pinnen, dan kijkt er rustig iemand over je schouder mee om te kijken of alles wel goed gaat. Ga je naar het immigration office (waar ze overigens geen Engels spreken) om je visum te verlengen, zijn er maar liefst vijf mensen die pleiten voor de verlenging van je visum. Deze vijf mensen weten mij gelukkig precies te vertellen waar ik naartoe moet en wat ik moet doen en toevallig weten ze dan ook meteen dat ik Daisy Tilla Maria heet en 29 ben, fijn!!!
4. De simpele tekens in liften worden niet begrepen. < > betekent deuren openen en > < deuren sluiten, toch?! Indonesiërs drukken gewoon willekeurig op allerlei knoppen, zodat het soms een aantal minuten duurt, voordat de liftdeuren sluiten, en dan stop je dus vervolgens op elke verdieping. In het begin probeer je dit nog uit te leggen, maar nu laat ik dat achterwege want dan duurt het alleen nog maar langer. Zodra ik op de knop sluiten druk, drukt één van hen weer op deuren openen, tja dat schiet natuurlijk niet op.
5. Het principe van eerst uitstappen en dan pas instappen, kennen ze hier niet en dat is op zich toch vrij vreemd aangezien ze nooit haast hebben… Als je hier een bomvolle bus uit wilt, dan stappen dus eerst mensen in en dan mag jij vervolgens proberen je nog naar buiten te wringen. Let hierbij extra op je tas, want voor je het weet hangt deze vast tussen de sluitende deuren. Je zou denken dat ze zelf ook wel inzien dat dit niet de meest handige manier is, maar nee dat zit er helaas niet in.
6. En tot slot (althans voor nu dan) iedereen gooit hier al zijn afval gewoon op straat. Ik verbaas me er elke dag weer over, hoeveel troep er langs de weg ligt. In sommige wijken leven mensen letterlijk op een vuilnisbelt. Iedereen vindt het ook de normaalste zaak van de wereld. Zo zagen we in Bandung de bestuurder van een Angkot (minibusje) zonwerende plastic plakfolie van zijn voorruit peuteren (de slimmerd had het over zijn gehele ruit geplakt en keek nu tegen een donkerbruine strip aan). Het duurde niet zo lang voor er grote stukken plastic uit het raam vlogen, echt heel erg milieubewust.

Tja, mijn Indonesische leven gaat dus ook niet altijd over rozen… en stiekem is dat eigenlijk wel zo vertrouwd.

Nog een weekje werken en dan komen Marleen en Pieter. We gaan samen naar Oost-Java (vulkaan Bromo beklimmen/bekijken) en daarna door naar Bali om dolfijnen te spotten, te wild water raften en lekker tussen de sawa’s te fietsen. Heb er heel veel zin in!!

zondag 19 oktober 2008

Bandung, mister mister en hot springs

Dit weekend in Bandung geweest, de vierde grootste stad van Indonesië. Een stad met 2 miljoen inwoners, die vergeleken bij Jakarta toch echt eerder aandoet als een dorp. We hebben hier dan ook maar eens het lokale vervoer uitgeprobeerd. Eerst de stad verkend vanuit een becak, een veelkleurige fietstaxi met als chauffeur een oude man met een bijzonder goede conditie ;-). We pasten net niet naast elkaar op het kleine bankje, wat de Indonesiërs wel met gemak lukt...mmm wat zegt dat over ons?!
Vervolgens met een Angkot, een klein minibusje, naar Dago gegaan om te genieten van een aantal watervallen en het mooie uitzicht vanaf de bergen. De Angkot is eigenlijk meer een roestbak die op elke straathoek probeert passagiers op te pikken. Het duurt dus wel even voor je op de plek van bestemming bent, maar het kost dan ook bijna niets. Vandaag naar Tangkuban Perahu en Ciater geweest met de Subang Colt, een iets grotere minibus, waar dus ook veel meer mensen inpassen. Dit betekent dus echt proppen. Kinderen op schoot, mensen die uit de deur hangen en heel veel bagage mee. Best gezellig zo'n ritje!
Tangkuban Perahu is een grote vulkaan, die op het moment niet actief is, maar wel een heerlijke stank produceert. De top van de vulkaan was bezaaid met mensen die allerlei dingen wilden verkopen, zelfs siberische bontmutsen (het is namelijk op 2500 meter hoogte toch maar 25 graden, dus dan zullen we het wel koud hebben...) Ciater bleek een zeer commercieel hot springs-park te zijn. Waar wij dachten wat natuurlijke warmwater bronnen aan te treffen, bleek dit een soort van Indonesische efteling te zijn, waar het op zondag echt heel erg druk is. Iedereen stond gewoon met z'n kleren aan te poedelen in één van de baden met een geneeskrachtige werking voor reuma en allerlei huidziekten. We hebben zelf geen duik genomen, hier rondlopen was al een ervaring op zich. Ciater lag overigens wel tussen de theeplantages, wat veel goed maakte. Echt een prachtig landschap!

De afgelopen dagen waren we zelf ook weer echt een attractie. Kinderen die ons aanstaarden en achterna zaten, op elke straathoek iemand die een praatje wil maken en we werden zelfs uitgescholden voor viezeriken. Ja deze meneer kende de Nederlanders nog van vroegere tijden.
Het vele mister mister zullen we in Jakarta wel gaan missen.

p.s. Waar de malls in Jakarta ons al verbaasden met glijbanen en schaatsbanen, troffen we hier een mall met een reuzenrad aan. Tja het kan dus altijd nog gekker!!!

vrijdag 10 oktober 2008

De oude stad en Bali

Afgelopen weekend hebben we eindelijk wat meer van Jakarta gezien dan de golden triangle. We zijn naar het Monas-plein geweest (nationale moment), hebben het presidentiële werkpaleis van Yudhoyono bekeken (welliswaar alleen van de buitenkant) en zijn naar de grootste moskee van Zuid-Oost Azië geweest (ontworpen door een katholiek). Daarna Chinatown bezocht en naar het oude Nederlandse deel van Jakarta geweest. Als je Café Batavia binnenloopt waan je je direct in koloniale en dus een beetje Nederlandse sferen. Het grote verschil tussen arm en rijk is ook hier weer heel duidelijk zichtbaar. De oude stad is echt heel erg vervallen en mensen leven als het ware op een vuilnisbelt. Tijdens het regenseizoen moeten ze een verdieping hoger gaan leven, omdat de huizen onder water komen te staan. Wat wel opvalt is dat iedereen hier (nog steeds) erg vrolijk is. Onze gids legde uit dat de mensen hier geen stress hebben omdat ze letterlijk het leven per dag bekijken. De rijke Jakartaanen zijn er dus veel slechter aan toe...hoge bloeddruk, hartkwalen, etc. Maar toch, voor ons was het wel even schokkend om te zien hoe weinig er gedaan wordt om deze buurt op te knappen en een beetje bewoonbaar te maken. Er wordt al jarenlang onderhandeld over renovatieprojecten (in het kader van cultureel ergfoed), maar dit komt helaas niet echt van de grond.

Ben woensdag naar Bali vertokken voor mijn werk. Moet zeggen dat ik erg genoten heb van de loftroom die ze voor mij gereserveerd hadden (4 bedden, 4 badjassen, 2 verdiepingen, een complete zithoek...tja luxe is hier nu eenmaal niet zo duur). Van Bali heb ik helaas (bijna) niets gezien. De bijeenkomst duurde echt van 07.30 uur 's ochtends to 23.00 uur 's avonds. Deze afspraken gaan hier gelukkig wel gepaard met het nodige ceremonieel, dus heb ook van een heerlijk diner en Balinese dans kunnen genieten.
Vond het erg interessant om te zien hoe het onderhouden van een bilaterale relatie er in de praktijk nu eigenlijk aan toe gaat. Er wordt niet alleen over zaken gepraat, maar er wordt ook geinvesteerd in het leren kennen van je gesprekspartners. Het woord netwerken heeft hier toch een iets andere betekenis en vraagt tijd en interesse.

Vlieg zo weer terug naar Jakarta, maar weet zeker dat ik terug moet naar Bali. De sfeer die hier hangt is zo ontspannen en er zijn nog zoveel mooie dingen te zien, dus ga bij thuiskomst toch maar eens even bekijken wanneer we de toeristische route kunnen doen.

zondag 5 oktober 2008

Kul Kul Kotok

Suikerfeest wordt hier massaal gevierd. Jakarta was echt een verlaten stad. Met dit soort dagen merk je goed dat heel veel mensen hier echt alleen maar werken en dat hun familie elders woont. Voor ons was het ook fijn, want de ambassade ging 2 dagen dicht, dus tijd voor een uitstapje!
Woensdagochtend naar Pulau Seribu vertrokken. Een eilandengroep voor de westkust van Java. Wij zouden een paar daagjes op Kul Kul Kotok verblijven. Na anderhalf uur varen (de heenreis was duidelijk beter dan de terugreis, hoge golven en dus kotsende mensen...gelukkig hebben Nederlanders een sterke maag!) kwamen we aan op een klein bounty-eiland. We kregen een welkomstdrankje en werden vervolgens naar ons hutje aan zee gebracht. Echt prachtig. De afgelopen dagen hebben we dan ook vrijwel niets gedaan. Een beetje snorkelen, een beetje lezen, wat eten en meedoen met karaoke (daar zijn ze hier helemaal weg van!!!). Even heerlijk relaxen.

We schrokken nog wel een beetje van de natuurlijke bewoners van dit eiland. Een aantal varanen belaagde het restaurant tijdens lunchtijd, wat een grote beesten! Ze kunnen trouwens ook behoorlijk goed zwemmen (had ik echt geen idee van), leuke verrassing als je net lekker aan het snorkelen bent. Mmm, ik houd het toch liever op wat mooie gekleurde vissen...